In de oorlog ben ik niet echt bang geweest. Als de vliegtuigen overvlogen dan riep ik: “Mama, ze gaan bommen werpen”. En mama zei altijd: “Neen kindje, slaap maar gerust je moet daar niet naar luisteren, het is allemaal oefening”, wat natuurlijk niet waar was.. Dus, zodanig veel schrik had ik niet, omdat ze mij niet bang maakten.
Maar in ’44 dan hebben we eens veel schrik gehad. We hadden het venster open en zagen een brandend vliegtuig overkomen dat recht op ons huis ging vallen. De piloot heeft het nog kunnen rekken, zodat hij juist achter ons huis in de weide gevallen is Wij zijn er direct naar toe gelopen, en dat zit nog altijd in mijn hoofd, dat we daar een stopje van een man zagen liggen, een man die totaal verkoold was, waarvan enkel nog zijn bovenlichaam lag te smeulen en het vliegtuig lag daar in duizend stukken. Het was heel erg, wat we daar meegemaakt hebben
Wat eten betreft, dat hebben wij eigenlijk niet tekort gehad. Ik ging altijd mee met mijn vader. Die ging met de fiets eten kopen bij de boeren, dan had je toch wel iets om te eten, maar je moest het wel zeer duur betalen.
Nu in ’44, moesten dan ook de radio’s ingeleverd worden omdat de mensen niet meer mochten luisteren naar de Engelse posten, wat iedereen deed natuurlijk, maar je moest dat zeer in het geheim doen. Maar de radio’s moesten binnen en dat was in Chéz Pan naast de koninklijke schouwburg op de hoek van de Vlaanderenstraat en de Van Iseghemlaan. Veel mensen vernielden hun mooie radio. Iedereen had maar een radio gekocht op het einde van de jaren dertig, want dat bestond voordien niet. Mijn mama wilde de onze niet vernietigen, zij heeft daar een label met onze naam en adres aan gehangen en wij hebben die radio intact terug gekregen. Wanneer de oorlog gedaan was mocht iedereen zijn radio terughalen en die radio’s waren nooit veranderd van plaats. Ze stonden nog altijd op dezelfde plaats waar we ze afgeleverd hadden. Mijn grootmoeder was zo kwaad, ze had net een splinternieuwe radio gekocht in 1939. Ze had daar de naam op gedaan met duimspijkers waardoor ze dan gaten had in de radio, maar aan de onze was er totaal niets aan.
Dan was er ook het indragen van het geld bij Gutt. Dat was ook een probleem voor mensen die een beetje geld hadden dat moest ingediend worden want dat was zogezegd oorlogsgeld om dan na de oorlog terug geld te kunnen krijgen. Rijke mensen vroegen aan armere mensen om wat van hun geld bij te nemen want je mocht maar een zekere som indienen. Na de bevrijding is mijn vader een jaar lang vertaler geweest bij de Engelse officieren van de luchtmacht die een hele tijd hier in Oostende verbleven.