|
Getuigenis van Ernest Blij
Vele onder jullie hebben al verhalen gelezen van de spanningen, angsten en andere gevoelens en gebeurtenissen die zich afspeelden tijdens de oorlog, maar ik zou mijn verhaal iets vroeger willen beginnen, want je mag niet vergeten dat er al grote spanningen waren voor de oorlog echt uitbrak.
28 april 1940
Ik lees op een prentje in mijn missaal “Gedenkenis der Plechtige Heilige Communie van Ernest Blij, gedaan in de parochiale kerk van den Heiligen Rumoldus te Deurne”.
Wat een dag, na die lange voorbereiding van één jaar catechismus, dagelijks na het bijwonen van de mis van zeven uur. Heel de familie was aanwezig, behalve mijn vader. Als zeekapitein was hij steeds weg voor reizen die wel drie maanden duurden en was dan weer thuis voor tien dagen terwijl het schip gelost werd.
Die vooroorlogse periode wordt dikwijls onderschat, vooral op zee en in het kanaal was het gevaarlijk om te varen. Vader had een speciaal reddingspak laten maken, dat een grote indruk op mij heeft nagelaten. De gedachte van de zee, de nacht en het koud water kwamen bij me te boven. Aan boord heeft hij verschillende joodse families ontmoet die naar Zuid-Amerika vluchtten.
Mijn vader had inlichtingen gekregen over de ernst die zich voordeed in Duitsland en besloot thuis een kelder te voorzien waarin enkele waardevolle voorwerpen werden geborgen. De kelder werd dicht gemetst en ik moest het geheim houden. Na de oorlog kwam alles er weliswaar verrot uit.
Vader was in dienst bij de Compagnie Maritime Belge, de grootste rederij die de verbinding tussen België en Belgisch Congo voorzag.
De rederij, zeer goed ingelicht, had de nieuwste passagiersboot “Boudewijnville” klaar gelegd aan hangar 25, nabij het Steen in Antwerpen. Hij diende voor het goud van de nationale bank
te vervoeren in geval van nood, maar ook voor de familieleden van de officieren van CMB als er oorlog zou uitbreken.
10 mei 1940
Het was zover. De oorlog werd aangekondigd. Wij, moeder en ik, werden uitgenodigd om te vluchten aan boord van het fantastisch schip, voorzien van restaurant, zwembad en luxueuze cabines. Moeder weende, maar voor mij zou dit een droomreis worden…
Zwemmen in een echt zwembad op een schip!!
11 mei 1940
Inschepen en vertrek uit Antwerpen zoals voorzien.
Het was prachtig weer en ik vond het heerlijk om te kijken naar de zeehondjes op de zandbanken.
Maar dit bleef echter niet zo…
Om 18u werden we aangevallen door Duitse vliegtuigen, Stukas, in de monding van de Schelde, juist daar waar mijn grootvader, die loods was, verdronken is.
Gedurende twee uur werden we gebombardeerd. Een opvarend schip zonk, maar als een mirakel werden wij niet getroffen. Ik beefde van angst en had het koud. We hadden die twee uur doorgebracht op het dek, in mijn zwemvest, voor de reddingsboot die ons te water zou laten in geval van nood.
De volgende dagen zijn we verder gevaren naar La Rochelle waar we voor anker lagen op de rede.
Vader was met zijn schip op de terugreis van Zuid-Amerika. De haven van Antwerpen was inmiddels gesloten en hij kreeg het bevel om ook op de rede voor La Rochelle te ankeren.
Daar lagen we verzameld met tientallen schepen. Moeder en ik zijn aan boord van de S/S Persier van papa gegaan.
Enkele weken later waren de Duitse troepen reeds ver in Frankrijk binnengedrongen. Ze zouden La Rochelle benaderen.
Op een nacht kwam een reddingsboot met gewonde Engelse soldaten aangevaren. Zij kwamen bij ons aan boord voor verzorging, aangezien wij een dokter mee hadden.
Rond 24u kregen we dan het bevel om stoom te maken, om bij daglicht te vertrekken.
Aangezien alle boten gelijktijdig zouden vluchten, waren er onvoldoende loodsen om ons door onze eigen mijnvelden te loodsen.
Daarom besloot vader om op eigen verantwoordelijkheid te vertrekken en om 4u in de ochtend waren we op weg naar Amerika.
Het was weer een hele belevenis voor mij, tot er rond 15u een telegram bericht gaf dat een van de vluchtende schepen getorpedeerd was door een Duitse U-boot. s’Avonds rond 23u kwam een tweede melding van een schip dat gezonken was, maar deze keer lag het schip veel dichterbij.
Toen de derde ramp zich voordeed in onze nabijheid nam vader het initiatief zigzag te varen om aan de onderzeeër te ontsnappen.
Ik stond weer met moeder op de brug met mijn reddingsvest klaar om in de reddingssloep te springen.
Na een dag varen kwamen we in Engeland aan in plaats van in Amerika.
De Engelse soldaten waren natuurlijk super blij terug thuis te zijn. We verbleven nu in Liverpool en lagen veilig in een dok van Birkenhead.
Het duurde echter niet lang…
Tot nu toe werd enkel Londen gebombardeerd, maar de Duitse vliegtuigen vlogen verder tot in Liverpool.
Om veiligheidsreden ging ik met mijn moeder aan wal logeren. Weer een droom, maar weer niet lang, want op de avond van onze eerste nacht viel er een bom op ons huis.
Gelukkig waren we op dat ogenblik in de schuilkelder bij de buurman. Toen zijn we snel verhuisd naar het rustigere North Wales.
Ik woonde nu in Holywell met mijn moeder. Vader ging in konvooi naar de States om Engeland te bevoorraden.
Ik ging naar de lagere school en leerde vlug wat Engels.
Om naar de middelbare school te gaan moest ik echter een provinciaal examen doen. Ik kwam er als 5de van de 120 uit. Als ik fier op iets mag zijn dan is het wel dit.
Mijn eerste woorden Grieks en Latijn werden mij in het Engels aangeleerd. Ook Frans, maar dan wel met een Engels accent.
Op een dag was vader van de brug gevallen en was enkele maanden thuis met ziekenverlof.
En toen gebeurde het ergste. Moeder stierf in mei 1943.
Vader ging naar een opleidingskamp in Lacashire om de invasie in Normandië voor te bereiden. Alles was “top secret”, zelfs een brief van vader was verboden.
Ik heb mijn vader dan ook niet meer gezien tot na de oorlog. De enige oplossing voor mij was de kostschool in Buxton, Derbyshire. Dit betekende echter een volledig verblijf in de kostschool tot het einde van de oorlog. Gelukkig dat vriendelijke mensen mij uitnodigden om enkele dagen verlof bij hem door te brengen.
D-day werd aangekondigd. Vader was geland in Normandië en ik droomde van Antwerpen.
Terug een euforie.
Op een dag in de zomer van 1945 besloot ik de trein naar Londen te nemen. Daar heb ik mij aangemeld op het Belgisch Ministerie op Easton square.
Men vertelde mij dat het vier maanden zou duren om het kanaal over te steken.
Gelukkig kende ik een Belgische minister in Londen, die gezien mijn barmhartelijke toestand ervoor kon zorgen dat ik de volgende dag al in Oostende aankwam.
s’Avonds laat kwam ik in het ouderlijk huis op de Venneborglaan 16 te Deurne aan.
Het gezellig verblijf van mijn prilste jeugd, met tuin en mooie bloemen was één grote hel geworden. Het huis was verlaten, de voordeur stond half open, alle meubelen waren verdwenen en de elektriciteit was afgesloten.
Met het gevoel in een hel aan te komen, zette ik me op de grond en ben ik beginnen te huilen. Ik had z’n verdriet. Het was de slechtste nacht in mijn leven!!
Vader was inmiddels in Normandië geland. Ik heb inlichtingen genomen bij het Amerikaanse leger te Antwerpen en de volgende dag verscheen een fiere Amerikaanse majoor.
Geschreven door Ernest Blij
|